Hannan van Rooij zoekt flexibiliteit in het dichterschap

VINKHUIZEN - Hannan van Rooij is de wijkdichter van Vinkhuizen, één van vijf wijkdichters in Groningen. Het wijkdichterschap is ontstaan uit De Wijk De Wereld, een initiatief waarbij theatermakers in gesprek gaan met de bewoners van de wijk en vanuit daaruit samen een voorstelling maken. De eerste wijkdichter in Groningen was Charlotte Beerda in de Korrewegwijk; inmiddels zijn er wijkdichters in De Wijert, Beijum, Lewenborg, Oosterparkwijk en dus Vinkhuizen; en er is nu ook een kindwijkdichter in de Korrewegwijk.
Van Rooij is twee jaar geleden ‘gescout’ door Theo de Groot dankzij een residentie met Noordwoord, een organisatie die zich inzet voor literaire cultuur in Groningen. “Theo zei: kom eens langs in het buurthuis. Daar heb ik opgetreden en daarna werd me gevraagd of ik wijkdichter wilde worden.” Wat dat precies betekende, was toen nog vaag. “Inmiddels is er steeds meer een functieomschrijving. We werken als wijkdichters samen om een beleid op te stellen,” aldus Van Rooij.
Wel was duidelijk dat het minstens een jaar zou duren. Inmiddels is Van Rooijs tweede jaar bijna voorbij. “Na een jaar kon ik eigenlijk pas mijn weg vinden, nu weet ik meer bij wie ik moet zijn en wat ik kan doen. Ik werd gevraagd omdat ik leuk kon schrijven, maar ik had niet door hoeveel cultureel ondernemerschap het van me zou vragen. Ja, je moet kunnen dichten, maar je moet ook kunnen ondernemen en sociaal werker kunnen zijn. Dat had ik niet per se zien aankomen.”
Haar doel met het wijkdichterschap was “een soort flexibiliteit ontwikkelen in wat ik maak. Dat is ontzettend aan het lukken.” Ze schreef voorheen vooral gedichten voor zichzelf, maar als wijkdichter hebben de gedichten vaak een concreet doel. “Het gaat niet per se om wat ik mooi vind, maar of we ons doel ermee behalen, zoals laaggeletterden helpen of verbinding creëren binnen de wijk.” Dat soort poëzie vergt heel andere vaardigheden, aldus Van Rooij. “Het is net zoals het verschil tussen een Instagram Reel maken, of een documentaire.” Dat merkt ze ook in de gedichten die ze schrijft als huisdichter voor de Rijksuniversiteit Groningen. “Het is heel leuk om op die manier een handvat te krijgen om elke maand een gedicht te schrijven. Als huisdichter interview ik mensen van verschillende faculteiten en schrijf ik daar een gedicht over, met een video erbij.”
Een hoogtepunt van haar wijkdichterschap tot nu toe is Van Rooijs bijdrage aan de theatervoorstelling ‘Zand Erover’, een voorstelling over de geschiedenis van multifunctioneel centrum ’t Vinkhuys. “Daar mocht ik tekst en video voor maken. Ik vulde één van de scènes in met een spoken word gedicht, op de achtergrond speelde de video af met beelden van Vinkhuizen. Het gedicht ging over modder, want Vinkhuizen stond eerst op veengrond: daar moest modder overheen voordat erop gebouwd kon worden.” Dat mengen van disciplines, zoals tekst en video, “daar hou ik van.”
Verder had Hannan van Rooij een vaste rubriek in de wijkkrant, schrijft ze samenvattende teksten van feestavonden in de wijk, en in aanloop naar de Poëzieweek – die plaatsvindt van 29 januari tot en met 4 februari – maakt ze een “raamgedichtenroute”. “Met (uitwisbare) stift schrijf ik zinnen van buurtbewoners op ramen van de bieb, de bakkerij, de bar, de huisartsenpost, enzovoorts.” Zo verspreidt ze niet haar eigen gedichten, maar die van bewoners door de wijk. Wat je kunt doen als wijkdichter, hangt echt af van de wijk, vindt ze. “Elke wijk is anders, en elke kunstenaar ook. Waar je komt en wie je bent maakt uit. Ik ben blij dat we samen als wijkdichters tot een soort consensus aan het komen zijn dat die ruimte moet bestaan.”
Of ze hierna nog een jaar verder gaat als wijkdichter, weet Van Rooij nog niet. “Ik zou het wel goed vinden om het stokje door te geven, want iemand anders vult het heel anders in. Al is het ook wel jammer om te stoppen, want ik doe veel om poëzie zichtbaarder te maken in de wijk en dat lukt steeds beter.”



