Lancaster kleurde het leven van Auke Noordhof

LEEGKERK – Zijn geboortedag, 4 mei, begon voor Auke Noordhof (1931-2021) steevast op de algemene begraafplaats vlakbij zijn woning in Leegkerk. Hij betoonde daar iedere Dodenherdenking zijn respect bij de zeven witmarmeren oorlogsgraven. Een waardig monument met de tekst: ‘Bij het neergaan van de zon en in de morgen zullen wij hen niet vergeten. Gesneuveld voor onze vrijheid rusten hier vijf van de zeven bemanningsleden die met een Lancaster bommenwerper ( ) op 22/23 mei 1944 even ten zuiden van Dorkwerd neerstortten. ( ) Tevens rusten hier twee van de in totaal veertig gesneuvelde bevrijders die tijdens de Slag om Groningen hun leven gaven op 15 april 1945’.
Auke Noordhof had zich persoonlijk sterk gemaakt voor de komst van dit oorlogsmonument, zoals hij ook de initiatiefnemer was van het Lancaster-monument in de wijk Reitdiep. Tot op hoge leeftijd verzorgde Auke daar voorafgaand aan de jaarlijkse bloemlegging op 23 mei gastlessen voor basisschoolleerlingen. Hij beleefde als jongen hoe de Tweede Wereldoorlog huishield in zijn eigen woonomgeving. En vertelde graag hoe de herinneringen daaraan nog intenser werden ná de oorlog, als gevolg van een toevallige ontmoeting op een zomermiddag in 1985. Dankzij dat treffen maakte Auke een minutieuze reconstructie van alle gebeurtenissen rond de Lancaster-crash. Geen moeite was hem daarbij te veel. Zo belde hij Jan Pelleboer om te vragen wat de weersomstandigheden die nacht waren. Beetje bij beetje omkaderde Auke zijn jeugdherinneringen met aanvullende feiten. Dat bezorgde hem niet alleen de sensatie van een diepe herbeleving, maar ook het avontuur van opwindende gebeurtenissen in het hier en nu – zoals een vriendschap met de Canadezen Norman Wharf en Paul Ivor Dalseg, overlevenden van de vliegtuigcrash.
Auke sprak met groot enthousiasme over dit alles. Ook tegenover mij, in 1992. Als geschiedenisstudente interviewde ik hem en zijn vrouw Alie Noordhof-Vonk, een gesprek dat – gepassioneerd als Auke was – uren zou duren. Uit het transcript dat hiervan is gemaakt, blijkt dat de geschiedenis van de Lancaster voor een belangrijk deel zijn leven heeft gekleurd. Zoals ook was te zien op het youtube-kanaal Westerkrant.tv, twaalf jaar geleden (https://www.youtube.com/watch?v=vLIiYgNskGk). Nu Auke na zijn overlijden op 12 juni 2021 niet zelf meer in staat is om het verhaal over de Lancaster aan een nieuwe generatie door te geven, gebeurt dat nog een keer op papier, in De Westerkrant. Henny en Ida, dochters van Auke en Alie Noordhof, hebben hiervoor hun toestemming gegeven.
Enkele jaren geleden dacht ik terug aan een specifiek interviewfragment. Ik liep met mijn zus op het Pieterpad bij Groesbeek, daags voor een herdenking van Operation Airborne op de Ginkelse Heide. Tijdens een repetitie vlogen twee historische toestellen laag over. Instinctief doken we ineen – zo oorverdovend en indrukwekkend was het geluid. In mijn hoofd hoorde ik Auke Noordhof: “Dan lig je in bed als kind, het was hartstikke duister want je mocht van de Duitsers geen licht maken om de geallieerden geen oriëntatiepunten te geven… En dan hoorde je in de verte de squadrons weer aankomen. Elke nacht weer. Dat brommen en dreunen als ze overvlogen… Onvoorstelbaar. De ramen rabbelden in de sponningen. Er zijn nachten geweest dat de geallieerden tweeduizend machines naar Duitsland stuurden om steden te bombarderen. Je houdt het niet voor mogelijk, zoveel geluid als die vliegtuigen maakten”.
Auke was net 13 jaar geworden, toen hij hoorde hoe in de nacht van 22 op 23 mei 1944 een aangeschoten Lancaster bommenwerper met vier haperende motoren over zijn ouderlijk huis in Leegkerk scheerde. Het was vlak voor middernacht, het vliegtuig kwam vanuit noordwestelijke richting. “De motoren liepen heel onregelmatig, sloegen af en dan – Whop-whop-whop – hoorde je ze weer even. Toen ineens was er een geluid alsof je met een fakkel een zwaaibeweging maakt: ‘Bwbwbwbwzzzzzww…’. Maar dan heel hard. Dat geluid suisde over Leegkerk, klonk daarna wat meer vanuit het noordoosten. En toen… Pot-ver-dorie, een knal, een knál!” De 24-jarige piloot van het toestel, Francis Norman Henley uit Birmingham, wist met zijn 28-jarige navigator Abraham Gordon Lodge uit Bradford een ramp te voorkomen door de Lancaster niet te laten neerstorten op Groningen, waar het recht op af koerste. Het toestel maakte een scherpe bocht naar links, waarbij het een vleugel kwijtraakte. Die kwam neer in een weiland ten noorden van de Leegeweg (in de omgeving van de huidige Anna Blamanstraat in Gravenburg). Ten zuiden van Dorkwerd explodeerde het vliegtuig in de lucht. Onderdelen sloegen in de grond (op de plek van Helwerd, een straat in de wijk Reitdiep). Henley, Lodge, radiotelegrafist John Manson (21), boordwerktuigkundige Arthur Meakin Armin (24; beiden afkomstig uit Durham) en bommenrichter Sydney Morris (25; woonplaats onbekend) kwamen daarbij om het leven.
Auke vloog uit bed en rende met zijn ouders en zus naar buiten om te kijken wat er was gebeurd. Ze zagen twee grote vuren: richting Dorkwerd en richting Stad, waar ook de afgebroken vleugel lag te branden. “Aanderdoags wie dr hèn, begripst wel. As kwoajongens wol je d’r bie wezen ja, moar de Moffen hadden alles al oafzet.” Auke vond nog wel een onderdeel van de Lancaster en koesterde dat als een schat. “En toen heurden wie dat d’r één man noar beneden kommen was, niet aan een parachute, moar ien een koepel. Die was zo uut vlaigmachine vallen, ien de sloot. En hij zol nog léven. Haha, zeden ze. Kèn hielemoal naait! Moar in ’85… datzèlfde vliegertje. Precies datzelfde vliegertje.”
Op zaterdagmiddag 7 juni 1985 parkeert Auke zijn witte Opel Rekord bij de begraafplaats van Leegkerk. Een taxichauffeur komt naar hem toe en vraagt of hij een goed restaurant kent. Ook wil hij de weg naar Dorkwerd weten. “Want”, zo zegt hij, “ik heb Canadese vliegeniers in de wagen en die zouden hier tijdens de oorlog zijn neergestort”. Norman Wharf ('de man die uit de lucht kwam vallen’) en Paul Dalseg, die zich – zo hoort Auke later – op bevel van Wharf op tijd met een parachute in veiligheid wist te brengen, hebben met hun echtgenotes de graven van hun omgekomen kameraden bezocht. Auke is even overrompeld, maar haalt dan snel zijn dochter Henny om als tolk te fungeren.
Er ontspint zich een levendig gesprek, ondersteund door allerlei documenten die de voormalige leden van het RAF-squadron tevoorschijn halen. Ze proberen de gebeurtenissen in die bewuste nacht scherp te krijgen, maar er ontbreken flinke stukken informatie. Auke hoort tot zijn verbazing dat de Avro Lancaster MK3 DX-J NE 127 slechts zeven vlieguren op de teller had voor het werd neergehaald. “Die vliegmachine waar ze anders mee vlogen, bleek stuk. Bad luck. Ze zouden een splinternieuwe machine meekrijgen. ‘Och God’, zeiden ze tegen elkaar. ‘Nu zullen we wat beleven. Met die andere kist ging alles prima. Maar nu? Een nieuwe machine? Nou...”
Auke leidt het gezelschap naar de plek van de crash. In het weiland is weinig te zien, hoewel de boer vermoedt dat er nog een motor in de grond moet zitten. Met Norman Wharf, die brandwonden opliep bij de explosie, bezoekt Auke het voormalige R.K. Ziekenhuis aan de Hereweg waar de vliegenier werd verpleegd. Wharf en zijn vrouw logeren zelfs een weekend bij de familie Noordhof. Ontroerd door alle verhalen over dapperheid – verhalen vol van het leed dat jonge vrijwilligers uit een ver buitenland doorstonden om onze vrijheid te heroveren – geeft Auke zijn destijds gevonden Lancaster-onderdeel aan Norman Wharf. Die is daar erg blij mee: het maakt zijn verhaal tastbaar. Hij houdt een stukje van zijn oorlogsgeschiedenis in handen.
Als het Canadese gezelschap terug naar huis is, blijft het contact met Auke. Die gaat als een ware rechercheur aan de slag. Hij zoekt uit waar Dalseg met zijn parachute neerkwam, bij welke boer hij aanklopte voor hulp, wie hem arresteerde. Auke probeert een verhaal van Wharf te checken, die zegt dat de Duitser die hem neerschoot in zijn cel in Leeuwarden verscheen, alsof Wharf zijn trofee was – ‘Ich hab’ dich erschossen’. Hij komt mensen op het spoor die een dubieuze rol hebben gespeeld bij de aanhouding van beide vliegeniers. Met Norman Wharf, die de familie Noordhof een tweede keer bezoekt, reizen Auke, Alie en Henny Noordhof zelfs naar Bilthoven, waar iemand woont die van het hele geval meer zou weten. Zelf maken Auke en Alie Noordhof ook de verre reis naar Canada, voor een tegenbezoek. Het maakt grote indruk op hen. Daar overhandigt Auke ook aan Dalseg een teruggevonden onderdeel van de Lancaster. Ook de zoon van de omgekomen navigator Lodge krijgt een Lancaster-onderdeel.
Voorafgaand aan de 45e herdenking van de Bevrijding, in 1990, regelt Auke dat de oude stenen op de oorlogsgraven in Leegkerk worden vervangen. Het witmarmeren grafmonument straalt meer uit dat er grote dankbaarheid wordt gevoeld. De gesneuvelden betaalden voor onze herwonnen vrijheid immers met hun leven. Auke: “Ik schreef Norman aan het begin van het herdenkingsjaar dat alles klaar was. Hij was daar erg mee ingenomen. Ze zouden weer met z’n vieren komen. Maar in maart belde Norman me op. ‘Okkie, I can’t come to Holland. I can never come to Holland again.’ Hij was ziek. Kanker. In juni belde hij nog een keer. ‘Goodbye Okkie. God bless you’.” Paul Dalseg woont de herdenking wel bij. In 2005 zou Dalseg ook aanwezig zijn bij de onthulling van het Lancaster-monument.
In de jaren dat de geschiedenis van de Lancaster hem in de greep heeft, runt Auke een garagebedrijf achter het huis waarin hij opgroeide. De Lancaster-motor, die mogelijk nog bij Dorkwerd in de grond zit, fascineert hem. Tijdens een spectaculaire bergingsactie, met hulp van Poort Hoogkerk, wordt de motor in 1991 boven de grond gehaald. “Hij was zó gaaf hè, hoalst het naait veur meuglijk. Als was er gùster moakt. Zó mooi. Ja, d’r waren dingen afgebroken door de crash, maar verder… De lagers en assen, daar zat nog gewoon een blauwe gloed op, alsof het spul net uit de fabriek kwam. Die tandwielen ook… geen spoor van slijtage.” Eén van de twee kleppendeksels liet Auke los liggen. “Die kenst zo optillen. Dan kenst de heule kleppenkast zain, vaier kleppen per cilinder, dus twai in- en twai uutloatkleppen. Hadden ze toen ook al heur. Rolls-Royce! Echt woar, fan-tas-tisch.” De motor kwam op een frame met zwenkwielen, met een spiegel eronder. Daar werden twee fotoboekjes van gemaakt, die naar Canada werden gestuurd. De motor ging uiteindelijk terug naar waar hij vandaan kwam: Engeland. Daar is hij nu in een museum te bewonderen.
Het verhaal kreeg nog een staartje. Telefoon: “D’r bennen mènsen op begroafploats, die motten bie die wezen!” De zoon van Emerson Garfield Ridell, een Canadese soldaat die op 15 april 1945 bij de Slag om Groningen sneuvelde en in Leegkerk een graf kreeg, was met zijn vrouw en kinderen over vanuit Vancouver. “We hebben hier veur ’t huus nog thee dronken met mekoar.” Het klinkt haast verbaasd: waar één toevallige ontmoeting allemaal toe kan leiden.
Tekst: Ina Kooistra-Vogel.

